Het landgoed Schovenhorst is beroemd om zijn bomen. Sinds 1848 liet stichter mr. J.H. Schober van heinde en ver zaden komen om te onderzoeken of ze op de heide bij Putten konden groeien. Hij had zich voorgenomen van de woeste grond een bron van welvaart en welzijn te maken, niet met landbouw maar met bosbouw. In binnen-en buitenland baarde zijn experiment opzien. Toen hij stierf, zette zijn schoonzoon, dr. J.Th. Oudemans, het werk voort. Sindsdien is de familienaam Oudemans met Schovenhorst verbonden.
In anderhalve eeuw SCHOVENHORST vertelt Buis de geschiedenis van het landgoed en het lot van Schobers voornemen. Het is ook een geschiedenis van de Nederlandse bosbouw in de negentiende en twintigste eeuw. De eigenaren van Schovenhorst spelen daarin een vooraanstaande rol. Dr. Oudemans was bijvoorbeeld mede-oprichter en eerste voorzitter van de Vereniging Natuurmonumenten, nu één van de grootste organisaties in Nederland.
In anderhalve eeuw SCHOVENHORST is ook te lezen hoe moeilijk het is om heide rendabel te maken. In de twintigste eeuw groeiden bosbouwers en natuurbeschermers uit elkaar. De exotische bomen van Schovenhorst pasten niet langer in het verlangen naar Nederlandse oernatuur. De woeste grond, die in het begin van de vorige eeuw bedwongen moest worden, wordt aan het eind van deze eeuw als natuur beschouwd en desnoods aangelegd.
Toch zal Schovenhorst ook in de volgende eeuw een bijdrage aan de natuur van Nederland leveren. Met boomsoorten die nu op het landgoed onderzocht worden, zullen dan elders in het land bossen zijn gemaakt.